Wat doet de verkoop van de onderneming met de familieleden? Een familiebedrijf dat na decennia noeste arbeid wordt verkocht, doet meer met de familieleden dan alleen een vermogen opleveren. Het levert de familieleden een nieuwe uitdaging. Wie zijn wij zonder het familiebedrijf? Wat doen wij met het vermogen? Jarenlang is de verkoop van het familiebedrijf voorbereid. Wie heeft de familie voorbereid op de periode erna?
Een familiebedrijf is meer dan alleen bezit
Dertig jaar lang ging bijna elk gesprek aan de keukentafel over de zaak. Over de bouw van de nieuwe fabriekshal die enorme vertraging opliep, over de aangescherpte strategie die nog niet zijn vruchten afwierp. Nu zijn die zorgen als sneeuw voor de zon verdwenen en staat er een aanzienlijk vermogen op de rekening.
Een familiebedrijf waarin familieleden over alles meebeslissen gaat dus over veel meer dan vermogen. Onderzoekers noemen dat socio-emotioneel vermogen: de niet-financiële waarde die een familie aan het familiebedrijf ontleent. Invloed en identiteit. De naam op de gevel die iedereen kent. De plek waar de volgende generatie leert wat werken is en welke verantwoordelijkheden een familiebedrijf met zich meebrengt. Het familiebedrijf is de reden dat men bij elkaar blijft. Daarom blijven veel families investeren in de onderneming, soms ook als dat ten koste gaat van het dividend. Zij kennen de markt. Het rendement dat ze maken is tastbaar. Het bedrijf bindt. In elke betekenis van het woord.
Het vermogen heeft geen gevel
Na de verkoop van het familiebedrijf verandert er iets fundamenteels. Het bedrijf was ondeelbaar. Het was van de familie. Sterker nog: het familiebedrijf was de familie en de familie was het familiebedrijf. Het vermogen dat er nu is, is deelbaar. Het familiebedrijf had een hoofdkantoor. Het vermogen staat bij drie verschillende banken. Elke staak zijn eigen deel. Het familiebedrijf vroeg om familieberaad voor complexe beslissingen. Het vermogen is nu per staak verdeeld en iedere staak kan zijns weegs gaan zonder elkaar nog te hoeven spreken. Vroeg of laat versnippert het vermogen, omdat het via drie staken en meerdere nalatenschappen na een paar generaties tientallen kleinere vermogens zijn geworden. Daar schuilt het risico van verslinden. Niet zozeer dat het vermogen verdampt, maar dat het de familieleden niets meer vraagt. En dat knaagt.
Wie ben je zonder de rol die je vervulde?
Onderzoek toont aan dat oprichters die hun bedrijf verlaten deze loskoppeling niet zozeer financieel ervaren. Het gaat om hun rol en identiteit. Wie dertig jaar directeur was, is dat de dag na de verkoop niet meer. Er ligt geen nieuwe titel klaar. De pater familias voelt het vaak als eerste. Wat antwoordt hij als er gevraagd wordt: “wat doe je nu de hele dag?” Wie ben je zonder de rol die je vervulde? Dat geldt voor iedereen die in het familiebedrijf actief was en nu ineens ‘vrij’ is. Dit gemis leidt er soms toe dat er binnen een jaar een bedrijf wordt overgenomen. Vaak in een heel andere branche. Niet omdat de analyse klopte en er een strategische visie achter zit, maar simpelweg om een gemis op te vullen. Er wordt een prijs betaald voor een nieuwe rol en een nieuwe identiteit.
Het omgekeerde komt net zo vaak voor. Wie een bedrijf opbouwt, is meestal een optimist, want anders begin je er niet aan. Maar na de verkoop slaat dat om. Waar binnen het familiebedrijf dertig jaar lang risico’s werden genomen, wordt het vermogen dat nu beschikbaar is totaal anders benaderd. Families worden risicoavers. Angst om het vermogen dat er nu is te verliezen. Het vermogen wordt iets om te beschermen voor (lees: tegen) de kinderen, in plaats van iets om met hen te doen. Dat is de stilste vorm van verslinden. Niet het vermogen dat verdwijnt, maar het vertrouwen.
Waarvoor is het vermogen er?
Onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam laat zien dat het verlies van familievermogen over generaties in ruim 85 procent van de gevallen niet aan de markt ligt en niet aan het rendement. Het ligt aan drie dingen: gebrekkige communicatie, onvoorbereide erfgenamen en het ontbreken van een gedeeld doel. Vooral dat laatste is hardnekkig. Als niemand weet waarvoor het vermogen er is, wil iedereen er voortdurend iets mee. En dan verslindt het, langzaam maar zeker.
Wat families doen die dit proces goed doorkomen
Zij stellen zichzelf al ruim vóór de verkoop de vraag die de meesten pas erna stellen en sommigen nooit: waarvoor is dit vermogen er straks? Simpel gezegd geven zij het vermogen een opdracht. Dat kan een nieuwe onderneming zijn, of een stichting en meestal een gezamenlijk investeringsbeleid. Veelal gaat dit hand in hand met een familiestatuut met de waarden en regels van de familie. Die zingeving aan het vermogen is de sleutel. Daar waar na de verkoop de drie staken de vrijheid hebben voor eigen keuzes, kan ook besloten worden het vermogen gezamenlijk een opdracht te geven. Sommige families richten hiervoor een family office op. Het begint als een gesprek aan dezelfde keukentafel.
Een familie met een familiebedrijf investeert om het bedrijf heen. Het rendement komt uit het familiebedrijf. Een familie zonder familiebedrijf investeert en belegt met een rendementsdoelstelling. Daarvoor moet zij kennis en kunde opbouwen en dat gaat niet van vandaag op morgen. Het family office wordt het nieuwe bedrijf van de familie. Het bedrijf dat de opdracht van het vermogen gaat uitvoeren.
De vraag die vóór de verkoop hoort
Moeten we het familiebedrijf nu wel of niet verkopen? Dat is niet de vraag. Soms is verkopen de beste beslissing die een familie in vijftig jaar neemt, voor andere families niet. Ruim twee derde van de Nederlandse ondernemers wil binnen tien jaar stoppen. Een op de vijf kiest voor een gefaseerde verkoop. Dat zijn honderden families die de komende jaren gaan ontdekken dat een bedrijf bindt en dat vermogen dat uit zichzelf niet doet. De structuur is te koop. De binding niet. Die moet de familie zelf organiseren en liefst vóór de verkoop, zolang er nog iets is dat iedereen bij elkaar houdt.
Vraag dus niet: wat is het bedrijf waard? Wel deze: waarvoor is ons vermogen er als het bedrijf er straks niet meer is?